Benamingen
Een natuursteen heeft minimaal twee namen: een wetenschappelijke- en een handelsnaam. En helaas schept dat niet altijd extra duidelijkheid.
Wetenschappelijke Naam
In de geologie worden natuurstenen met een vergelijkbare samenstelling en ontstaansgeschiedenis in één groep ingedeeld. Tot een groep (bijvoorbeeld ‘marmers’of ‘granieten’) kunnen vele honderden natuurstenen behoren. Afwijkende typen worden in subgroepen onderverdeeld (bijvoorbeeld ‘Rapakivi graniet’ of ‘Silicaat marmer’).
Het voordeel van deze naamgeving is dat het type gesteente precies is te duiden. Het nadeel is dat het een naam geeft aan een groepje natuurstenen en niet aan één specifieke natuursteen. Een tweede nadeel is dat met name op detailniveau de naamgeving alleen begrijpelijk is voor wetenschappers, zoals geologen en petrologen. Daarom sluit deze methode slecht aan bij de dagelijkse praktijk in de natuursteensector en worden daar vooral handelsnamen gebruikt.
Toch is de wetenschappelijke benaming interessant wanneer er over een natuursteen weinig productinformatie is, iets wat in de praktijk vaak gebeurt. De wetenschappelijke benaming geeft namelijk een indicatie van de eigenschappen en de samenstelling van de natuursteen.
Handelsnaam
Dit is de naam waaronder de steen wordt verkocht. Het komt voor dat één natuursteen meerdere handelsnamen heeft. Zo wordt de natuursteen Labrador Licht ook wel Blue Pearl genoemd. Ook komt het voor dat uit één groeve of een aantal dicht bijeengelegen groeven natuurstenen komen, met een (licht) afwijkend uiterlijk. Deze zogenaamde variëteiten krijgen meestal een andere handelsnaam, bijvoorbeeld Labrador Donker en Marina Pearl. Door het enorme aanbod van natuurstenen kan onzorgvuldig gebruik van handelsnamen tot verwarring leiden. Deze verwarring wordt nog in de hand gewerkt door het (onzorgvuldig) gebruik van de wetenschappelijke benaming van een natuursteen.
De meeste stenen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. De belangrijkste afwerkingen worden onderstaand kort behandeld. Per afwerking wordt als voorbeeld een afbeelding van Belgisch Hardsteen getoond. Er is te zien welke invloed een bewerking op het uiterlijk van de steen heeft. Al gaat het bekijken van foto's (en zeker via het internet) veel van de uitstraling en levendigheid van de steen verloren.
Wanneer een plaat natuursteen uit een blok is gezaagd heeft het een zogenaamd gezaagd oppervlak. Dit oppervlak kan zonder verdere bewerking worden toegepast, maar meestal wordt het oppervlak gladder of juist ruwer bewerkt. Gladder zijn de bewerkingen schuren (slijpen), zoeten (matglans) en polijsten (hoogglans).
Leisteen en kwartsiet hebben na de winning een natuurlijk splijtoppervlak. Dat meestal zonder verder bewerking wordt toegepast. Maar sommige soorten kunnen gladder worden bewerkt (schuren, zoeten en polijsten).




